Inzegening gerestaureerde kruisweg O.L.V. ten Dale in Zulte

Inzegening gerestaureerde kruisweg O.L.V. ten Dale in Zulte

Naar aanleiding van de Kapelhoekkermis werd de gerestaureerde kruisweg die door Georges Dheedene in 1960 geschilderd werd, plechtig ingezegend door E.H. Jozef Parmentier, voormalig onderpastoor van Zulte.
De restauratie werd uitgevoerd door restauratrice Hannelore De Byser op initiatief van de Zultse Kerkfabriek.

 

 

Op de inzegening verwelkomde Marcel Van Oost, secretaris van de Kerkfabriek van Zulte en bezieler van het project, de genodigden. Willy Nachtergaele van de Stichting Georges Dheedene schetste het belang van de kruisweg voor het oeuvre van Dheedene. Bert Van der Veken van de cel Religieus Erfgoed van de Provincie Oost-Vlaanderen lichtte daarna de restauratie zelf toe. Na de zegening van de kruisweg door E.H. Jozef Parmentier, nodigde Marcel Van Oost, de aanwezigen uit op een receptie die aangeboden werd door het wijkcomité van de kapelhoek.

Geschiedenis van de kapel

De geschiedenis van deze kapel gaat terug tot in het begin van de jaren 1500. Volgens de legende zou zij dan gebouwd zijn op initiatief van de Franse edelman Jan Damas. Samen met zijn vrouw reisde hij door de streek, toen zijn echtgenote door ziekte werd getroffen ter hoogte van de wijk ‘Ten Dale’. Damas begon te bidden en beloofde een kapel te bouwen voor Onze-Lieve-Vrouw als zijn gemalin genas. Dit gebeurde en Jan Damas hield woord. De kapel ter ere van Onze-Lieve-Vrouw ten Dale groeide uit tot een bedevaartsoord maar kende helaas ook heel wat rampspoed. In 1614 moest de kapel een eerste maal heropgebouwd worden na de doortocht van de Geuzen. Omstreeks 1790 hielden de Jacobijnen hier lelijk huis waarna enkel een ruine overbleef. Tussen het puin plaatsten diepgelovige Zultenaren toen een klein Mariakapelletje op een houten paal, dat ze verder kwamen vereren. Pas in 1871 werd een nieuwe kapel gebouwd. In 1960 werd deze kapel onder impuls van pastoor Van Assche uitgebreid met een schip en zijportalen. De uitbreiding was nodig, want Onze-Lieve-Vrouw ten Dale trok destijds veel bedevaarders aan. De kruiskapelletjes rond de kapel dateren uit 1954. Ze vervangen de Rozenkranskapelletjes die al veel vroeger in de landelijke omgeving van het bedevaartsoord stonden, maar na de oorlogsbeschadigingen in 1947 werden afgebroken. In de kapel wordt nog steeds het prachtige 16e eeuwse beeldje van Onze-Lieve-Vrouw ten Dale bewaard, dat als bij wonder telkens gespaard bleef in tijden van rampspoed.

Toespraak Willy Nachtergaele

Beste mensen,
Misschien is het allemaal wel begonnen in Deinze. In de jaren twintig van vorige eeuw doet Georges Dheedene daar op het Sint-Hendrikcollege zijn middelbare studies. Tekenen zit hem in het bloed en als hij in het zesde jaar een tekening maakt voor een wedstrijd wordt hij bij de toenmalige directeur, E.H. Cesar Van Kerkhove, geroepen. In die tijd ging niets naar buiten zonder controle en Georges vreest het ergste. Maar als hij met kloppend hart in het imposante bureau voor de superior staat, wordt hij tot zijn verrassing door Van Kerkhove gefeliciteerd met zijn prachtige tekening, en al snel ontspint er zich een gemoedelijk gesprek. “Hij heeft dan zijn eerste sigaar gerookt”, vertelde mevrouw Dheedene ons, “en ziek dat hij toen geweest is!”.
Van Kerkhove moedigt Dheedene aan om zijn talent verder te ontwikkelen en van zijn passie zijn beroep te maken. De priester trekt zelfs naar Zulte om Dheedene’s ouders te overtuigen hun zoon een opleiding schilderen te laten volgen in Sint Lucas te Gent. De jonge kunstenaar die afstudeert met gouden medaille probeert in Zulte van zijn kunst te leven. Van Kerkhove is ondertussen bevorderd tot kanunnik in het Sint Baafskapittel te Gent en Georges blijft met hem bevriend. Vermoedelijk draagt deze vriendschap ertoe bij dat de jonge Dheedene al snel enkele belangrijke opdrachten binnenrijft van katholieke organisaties en priesters. Lieven Dheedene getuigt dat zijn vader weliswaar katholiek maar geen “pilaarbijter” was, daarvoor was hij veel te sceptisch ingesteld. Maar het spirituele liet hem zeker niet onberoerd, hij had als kunstenaar namelijk de onontbeerlijke gave van de “verwondering”. In gezelschap voerde hij nooit het hoogste woord, hij luisterde vooral en mensen die hem gekend hebben herinneren zich vooral één van zijn typische uitspraken:”’t is toch curieus hé?”
Bekend zijn zijn portretten van vooraanstaande geestelijken, bijvoorbeeld deze van de Gentse bisschoppen monseigneur Coppieters en Joliet, die te bewonderen zijn in de Sint Baafskathedraal. In Zulte schildert hij onder meer een indringend portret van monseigneur Robert De Langhe, een Zultenaar die ere-kanunnik wordt aan het Sint-Baafskapittel en carrière maakt als professor aan de universiteit van Leuven. Georges Dheedene telde onder zijn vrienden nogal wat priesters. Niet verwonderlijk, daar in de naoorlogse periode traditioneel veel interesse voor de schilderkunst van uit die hoek kwam. Eén van die vrienden was E.H. Gerard Van Hoenacker, die lang pastoor geweest is in Deerlijk. In 1954 vertrouwt Van Hoenacker de kunstenaar enkele opdrachten toe ter verfraaiing van de Sint Columba kerk. Georges maakt onder andere de grote muurschildering waarop een groep mensen afgebeeld staat met de heilige Columba. Dat Dheedene ook een uitstekend portretschilder is, steekt hij hier niet weg: tussen de mensen herkennen we naast zijn bejaarde ouders ook zijn echtgenote en twee kinderen. En helemaal achteraan staat een grijze man met snor, die het allemaal wat vanop afstand bekijkt: Stijn Streuvels, toen als auteur nog een BV.
In diezelfde periode schildert hij ook enkele kruiswegen, bekend is deze voor het klooster van de Zusters van Heule en die van Roeselare, enkele jaren geleden nog te bewonderen op een tentoonstelling in de kerk van Machelen. Voor zijn kruiswegen ontwikkelt Dheedene een speciale techniek: de tekening wordt uitgesneden in een plaasteren ondergrond die aangebracht is op een houten paneel. Nadien wordt de uitgesneden tekening terug opgevuld met gekleurde plaaster. Als de kapel OLV Ten Dale in 1960 verbouwd wordt zal Dheedene op vraag van pastoor Van Assche de kruisweg schilderen. Uniek is dat de kruisweg aan de buitenkant van de kapel hangt en uitgevoerd is in sober zwart- wit, met hier en daar een accent in bladgoud. Deze 14 staties van het lijdensverhaal van Christus, vormen samen met de uitbeelding van de 7 smarten van Maria (hier achter mij) en de kapelletjes met de 15 mysteriën van de Rozenkrans (buiten in de kapelhof) de 3 spirituele cycli die deze kapel rijk is!
Na 57 jaar blootstelling aan regen en wind was de kwetsbare kruisweg al een tijdje aan een facelift toe en vandaag wordt op feestelijke wijze een punt gezet achter dit project. Restauratrice Hannelore De Byser heeft uitstekend werk geleverd en de Georges Dheedene Stichting wil haar bij deze hartelijk feliciteren met het prachtige resultaat.
Verder wil de Stichting ook hulde brengen aan de kerkfabriek van Zulte, in het bijzonder aan initiatiefnemer en bezieler Marcel Van Oost. Het is dank zij hun bekommernis dat deze kruisweg voor de komende generaties zal bewaard blijven.
Tot slot willen we ook Georges Dheedene in de hulde betrekken, en hoe kunnen we dit beter doen dan met de woorden van priester-dichter Albert De Vos. De gewezen pastoor van Wannegem-Lede, die goed bevriend was met Dheedene, schreef het gedicht “Beminnelijke Meester en Beminde” naar aanleiding van het onverwachte overlijden van de kunstenaar in 1973. Het doek van Veronica heeft hier een dubbele betekenis: het is een verwijzing naar Dheedene’s religieus werk maar ook naar het “onsterfelijke”, eigen aan kunst!

Fotoreportage